deredactie.be - DISCUSSIE

Vlaamse jongeren scoren erg goed in PISA-studie

08 / 12 / 2010

Op het vlak van wiskunde, wetenschappen en leesvaardigheid behoren de Vlaamse jongeren tot de top in de wereld. Alleen in Finland en enkele sterk geïndustrialiseerde Aziatische landen doen de jongeren het nog beter.

Dat blijkt uit de jongste zogenaamde PISA-studie, een internationale vergelijking van 15-jarigen door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de OESO.

Voor lezen en wiskunde is Vlaanderen nochtans iets gezakt en Franstalig België gestegen. Maar we blijven ver boven het gemiddelde. Het verschil tussen Vlaamse en Waalse jongeren is nog altijd opvallend. De Franstalige Gemeenschap zit onder het OESO-gemiddelde.

Veel meer dan in andere landen, hangen bij ons de prestaties wel af van de afkomst. De rijkdom, de scholing en de leescultuur bij de ouders zorgen voor grote verschillen in de schoolprestaties.

Welke conclusies moeten we uit deze PISA-studie trekken? Is het Vlaamse onderwijs goed bezig of kan het nog beter? Wat moet veranderen om ervoor te zorgen dat de afkomst het opleidingsniveau van jongeren minder sterk beïnvloedt?

@Allen: reageren op dit bericht impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums, lees ze dus - mod

16 Antwoorden op “Vlaamse jongeren scoren erg goed in PISA-studie”

  1. Raf Feys Zegt:

    Ministeer Smet leidt uit PISA 2009 volledig ten onrechte af dat ons s.o. hervormd moet worden in de richting van comprehensief onderwijs of VSO-2. Europesese landen met comprehensieve eerste graad scoren niet beter, maar opvallend slechter dan Vlaanderen met een gedifferentieerde eerste graad! De Vlaamse leerlingen presteren als de beste van Europa. Als we geen rekening houden met de resultaten van de allochtone leerlingen, dan presteren we nog een stuk beter dan primus Finland- die heel weinig migrantenleerlingen telt. En dan merken we dat ook onze zwakste leerlingen en leerlingen met een lage SES beter presteren dan in de andere landen, Finland inbegrepen (cf. TIMSS-berekeningen van Hofman e.a en prof. Jan Van Damme).
    We presteren opvallend beter dan landen met een comprehensieve eerste (VSO-) graad (Zweden, Denemarken, Frankrijk, Engeland, Duitse Gesamtschule, Spanje, Italië, Portugal, …). Minister Smet trekt hieruit niet de logische conclusie dat de goede prestaties van onze eerste graad s.o. mede een gevolg zijn van onze gedifferentieerde structuur. Hij beweert precies het omgekeerde. Minister Smet heeft de voorbije maanden gemerkt dat zijn voorstel voor de hervorming van het s.o. massaal wordt afgewezen, en grijpt nu om het even wat aan om de publieke opinie toch nog te overtuigen van zijn gelijk. Zo hebben we ons onlangs ook mateloos geërgerd aan de voorstelling en interpretatie van het recente rapport over de burgerzin van onze ‘jongeren’ (in werkelijkheid 13,9 jarigen of leerlingen bij de start van het tweede jaar s.o. ).

  2. Michel Zegt:

    Op zich geen enkel probleem met pogingen om de “kansarmere” leerlingen extra te ondersteunen het mag echter geen nivellering naar beneden worden à la maximum factuur!!!!

  3. Alex Bogaerts Zegt:

    De kenniseconomie en de technologische innovatie is zijneds geruime tijd aan het migreren naar andere contreien dan West-Europa. Daarin waren de Aziatische tijgers, en recentelijk China en India, trendsetters.

    Eerder dan ons blind te staren op onze “plaats in de huidige rangschikking” moeten we misschien eens natrekken van waar we komen. Waar stond België voor wiskunde, wetenschappen en taal in 1960, 70, 80, …? We zullen wellicht ontdekken dat, zoals vele professoren die nu op rust gaan beweren, het pure kennisgehalte op het vlak van wiskunde en wetenschappen over de laatste 40 jaar aanzienlijk is achteruitgegaan. (Enkele jaren geleden hoorde ik op een emiritaatsrede aan de KUL dat “de studenten van vandaag niet genoeg wiskubnde meer kennen om de algoritmes te begrijpen, laat staan dat ze er nieuwe zouden uitvinden!”.

    Franse studenten staken omdat ze zich zorgen maken om hun pensioen, terwijl BRIC studenten en hun collega’s in andere ambitieuze landen zich niet bezig houden met hoe ze 2050 zullen ondergaan. Integendeel, ze investeren tijd en moeite in hun eigen toekomst en gaan succesvom de intellectuele concurrentiestrijd aan met hun verwende en vermoeide soortgenoten in het Avondlaan - hier bij ons dus. Met die uitdaging voor ogen, lijkt het me me niet zinnig om Belgische studenten meer interesse voor politiek bij te brengen - dat komt vanzelf als onze politici interessant worden, en dan niet om hun fratsen maar om hun gewaardeerd beleid.

    Hoe dan ook: de trend, de film over 40 jaar is, voor een effectief beleid, veel belangrijkere informatie dan de plaats, de foto van vandaag! En voor zover men toch vreugdedansjes maakt over onze goede plaats, verdient het ook aanbeveling om ook “de punten” wat aandacht te geven!

  4. Matthias S Zegt:

    Er wordt nog te vaak klassiek les gegeven. Dat wil zeggen, les krijgen in een klas met een leerkracht of docent vooraan. In deze moderne tijden kunnen heel veel lessen eigenlijk digitaal gegeven worden, met behulp van video en interactieve applicaties.

    Na een les wiskunde heb ik vaak de helft niet gehoord, maar gelukkig heb ik een reeks DVD’s gevonden op internet die elk aspect van de wiskunde duidelijk uitleggen. Dat geeft mij meer zelfvertrouwen om te studeren.

    De reden waarom sommige leerlingen het moeilijk hebben om te beginnen studeren, of vol te houden, is omdat ze vanaf de eerste zin eigenlijk niet snappen waarover het gaat. Daarom blijven de studieboeken vaak gewoon dicht liggen, omwille van die frustratie.

    Als je de kwaliteit van het onderwijs nog meer wil opvoeren, moet je dus nog meer gaan investeren in digitaal lesmateriaal. Bijvoorbeeld filmpjes die de leerstof uitleggen en die leerlingen thuis op hun computer kunnen bekijken. Zo kunnen ook de leerlingen met de grootste achterstand, of met de minste kansen, of de meeste frustratie, met veel meer zelfvertrouwen de les herbekijken, en dingen alsnog veel sneller begrijpen.

    Men klaagt dat er proffen te kort zijn. Voor de meeste vakken in het hoger onderwijs heb je geen prof nodig. Geef de studenten een reeks DVD’s, laat ze alles tien keer herbekijken als ze daar zin in hebben, en ze zullen allemaal veel beter scoren, in plaats van de meest saaie lessen te organiseren waar studenten elke dag opnieuw uren treinvertragingen voor moeten trotseren.

    Succes verzekerd!

  5. Yves Van Damme Zegt:

    Raf, dank je voor deze verhelderende bijdrage. Vraag is alleen hoe we de minister daar van kunnen overtuigen. Eigenlijk zou er actie moeten ondernomen worden door verschillende krachten die het nog goed menen met ons onderwijs.

  6. Raf Feys Zegt:

    Ik ben het eens met de stelling van Alex Bogaerts. In mijn (eerste) reactie wou ik enkel wijzen op het feit dat PISA-2009 - net als de studie over de burgerzin en politieke kennis van onze 13,9-jarigen (=begin 2de jaar s.o.) - weer misbruikt wordt door minister Smet en anderen in hun pleidooi voor een radicale structurele en inhoudelijke hervorming van ons s.o.Onze -relatief gezien- goede score, betekent geenszins dat we de niveaudaling van de voorbije decennia onderschatten. We richtten begin 2007 de O-ZON-vereniging op (=Onderwijs Zonder Ontscholing, http://www.o-zon.be). We bepleiten het beter bewaken van het niveau en het onderzoeken van de niveaudaling van de voorbije decennia, vernieuwing in continuïteit met behoud (en herstel) van de beproefde waarden. Onze opstelling komt overeen met de recente beleidsvoorstellen in Engeland (White Paper), in Nederland (Beter presteren), in … Zie ook de vele bijdragen op http://www.onderwijskrant.be.

  7. Noppen Stefan Zegt:

    Het is blijkbaar nog altijd een broodje aapverhaal in Vlaanderen dat een sociaal selectief onderwijs zorgt voor betere prestaties. Na lange verwaarlozing van het basisonderwijs, begint men nu pas te beseffen hoe belangrijk dat is om later in het middelbaar onderwijs te kunnen volgen. Bovendien creëren vele ouders met te grote verwachtingen naar hun kinderen toe onbewust een waterval. Ik ken kinderen van zeer welstellende gezinnen die niet beter presteren dan minder welstellende, maar waarvan de ouders willens nillens proberen hun kind tot 3 maal te laten overzitten opdat ze toch maar zouden slagen voor Latijnse Griekse of Wetenschappen-wiskunde.
    Maar andersom gebeurt ook: minder welstellende ouders zijn te vaak geneigd sneller te kiezen voor een beroepsopleiding omwille van financiële redenen. Beide keuzes leiden tot miskleunen. Bovendien vergeet men te vaak dat de diversiteit in technische opleidingen en beroepsopleidingen groot is qua niveau en competenties. Onze samenleving heeft geen boodschap aan mislukte doktoren en domme loodgieters, maar aan mensen die goed zijn in hun beroep en hun vaardigheden en compententies weten te benutten. Het is een oud zeer dat helaas nog leeft in vele hoofden van ouders. Menig ouder is meer geinteresseerd in de vermeende status van een opleiding dan in de mogelijkheden van hun kind. Bovendien is het een misverstand te menen dat de slimmere kinderen ASO volgen en de dommere BSO. Maar dit broodje aap verhaal gonst wel na jaren conditionering in menig kinderhoofd. Ze geloven op de duur nog zelf in die nonsens. Bovendien is het helaas een feit dat armoede dommer maakt. Kinderen uit arme gezinnen maken inderdaad minder kans om zonder problemen hun schoolloopbaan met succes te beëindigen. Of dat nu arme Vlaamse kinderen zijn, of arme kinderen met allochtone roots maakt weinig uit. En zolang de armoede blijft toenemen, zal de watervalkloof nog groter worden in het Vlaamse onderwijs. De school is een blijft een spiegel van de samenleving. En het aantal alleenstaande moedergezinnen met kinderen neemt niet af. Net zo min als het aantal gezinnen dat net boven of onder de armoedegrens wordt gesitueerd. Zolang dit niet verandert, zal de sociale kloof met waterval blijven toenemen in het onderwijs en zullen meer en meer kinderen omwille van sociale en andere problemen zwaar onder hun mogelijkheden gaan presteren.

  8. Hans Becu Zegt:

    @ Alex Bogaerts

    De vergelijking met de jaren 60-70 heeft geen enkele zin, omdat de wereld toen véél kleiner was, en omdat er over die periode geen relevante info beschikbaar is.. Azië telde toen helemaal niet mee. Ik deel al die doemdenkerij niet : er zijn ook vandaag nog erg gemotiveerde en professionele leraren, en gemotveerde studenten. Men doet soms of het vroeger allemaal zoveel beter was. Denk maar even terug aan je eigen schooltijd : er waren toen ook genoeg leerlingen waarmee niet veel aan te vangen bleek. Uiteindelijk zijn die onderzoeken ook allemaal enigzins te relativeren : ik vraag me bv af hoe de selectie van scholen/studenten gebeurt in landen die maatschappelijk sterk gepolariseerd zijn, met een zeer welstellende en goed ontwikkelde elite versus een grote groep van relatief arme/onontwikkelden. En wat die proffen op rust betreft : proffen zijn ook maar mensen die maar al te vaak voortgaan op een “indruk”, en die net zoals veel ouderen de neiging hebben het verleden te idealiseren.
    En wat de BRIC landen betreft : het grote en fundamentele onderscheid met onze samenleving is en blijft dat wij ons intellectueel potentieel véél en véél beter recruteren dan zij ; in de Favellas van Brazilië lopen duizenden potentiële ingenieurs rond die het nooit zullen worden. En vergis U niet : de jongeren uit de welstellende klassen die kunnen studeren zijn dus niet noodzakelijk de beste van de natie, en velen lijden overigens aan dezelfde “beschavingsziekten” als onze “verwende” jeugd.

  9. Janssens E Zegt:

    Ik wil het beleid van minister Smet niet blind goedkeuren, maar de conservatieve reacties hierboven vermeld zijn overdreven. Als we niet opletten kunnen ze zelfs gevaarlijk zijn. Er lopen op deze planeet al mensen rond die vinden dat alleen universitair geschoolden kinderen mogen hebben… Uiteraard moet nivellering naar beneden worden voorkomen, maar met ons diep ingebakken watervalsysteem, waarbij zowat alle technische richtingen - ook de allermoeilijkste - als tweede keuze worden beschouwd is een evenwichtig onderwijsbeleid voeren geen eenvoudige klus.

    Een uitweg is m.i. wel mogelijk door het leerprogramma van de eerste 2 jaar van het secundair onderwijs op te splitsen in een aantal trajecten én en de organisatie daarvan toe te vertouwen aan meerdere instellingen. Zo kan het traject talen aan een humaniora worden toevertouwd, wiskunde en technische vakken aan een technische school, enz. Nivellering is dan enerzijds tegen te gaan door binnen de trajecten waar het nodig is meerdere niveau ’s aan te bieden terwijl het anderzijds mogelijk blijft - bv voor klassikale oefeningen - leerlingen van een verschillend niveau bij elkaar te zetten. Trajecten toewijzen aan meerdere instellingen is noodzakelijk om de vooringenomenheid tegenover het technisch onderwijs te doorbreken en om ouders van begaafde leerlingen die toch opteren voor technisch onderwijs te beschermen tegenover hun omgeving.

    Misschien vraagt u zich af waar ik dat idee heb gehaald. Ik heb natuurlijk wel een beetje aan brainstorming gedaan, maar mij ook gebaseerd op het - succesvolle - systeem dat in het basisonderwijs bestaat met het niveaulezen. Voor leesoefeningen worden ook daar leerlingen uit verschillende leerjaren bij elkaar gezet. Dat moet ook toe te passen zijn voor rekenen en men zal al vlug merken dat de samenstelling van de groepen anders is.

  10. Luc VN Zegt:

    Via deze mijn dank aan alle onderwijzers en leraars, directeurs en pedagogen, aan allen die instaan voor het onderwijs van onze kinderen, en dus van onze toekomst.
    Een dikke proficiat met deze puike resultaten, in niet altijd eenvoudige omstandigheden.
    Doe zo verder, laat U niet opjagen door ministers, en zeker al niet door de huidige minister van onderwijs.
    Een grootste onderscheiding voor onze scholen.

  11. Van den Bussche Edward Zegt:

    Suggesties om de factor afkomst te neutraliseren in het middelbaar onderwijs:

    - Studiebeurzen voor kinderen uit families met minder welstand
    - Extra lessen Nederlands reeds in de lagere school
    -Een dienst “coaching” inrichten voor de kinderen van het laatste jaar lagere school als tegengewicht voor de invloed vanuit de directe omgeving, met bezoeken aan diverse scholen en richtingen

  12. Hans Becu Zegt:

    @ edward van den Bussche

    De afkomst mag niet bepalend zijn voor de slaagkansen in het onderwijs. Akkoord qua financiën, maar dat zal zeker in het lager en het middelbaar voor de meeste mensen haalbaar zijn, want het kost écht niet veel. Voor de rest vind ik al die pogingen om de afkomst te “compenseren” eigenlijk naast de kwestie. Als het nu voor sommige ouders nog altijd niet duidelijk is dat studeren en schoollopen van fundamenteel belang is voor hun kinderen , dan zullen ze het nooit weten. Of willen we in deze samenleving echt àlle verantwoordelijkheid collectiviseren ?

  13. E. De Bruyn Zegt:

    Uit mijn ervaring leer ik dat vroeger een aantal kinderen reeds buiten speelden nadat de school nog maar 10 minuten gesloten was. Huiswerk werd door die mannekes niet gemaakt, laat staan de leesoefeningen. . Hetzelfde zie je nu -zo’n 30 jaren later- met een groter aantal kinderen, waarbij natuurlijk het groter aantal te maken heeft met inwijkelingen.
    Je mag lesprogramma’s bij de vleet maken, steeds zal men terugvallen op de thuissituatie. Willen de ouders mee in een schoolproject of niet?
    Besef goed dat het succes van een schoolopleiding ook voor ouders een opoffering vergt. Misschien willen ze wel meewerken, maar gezien de huidige evolutie in onze leefomstandigheden zal de groep achterlopers niet verkleinen.
    We moeten vooral opletten dat het getal van de macht onze leerkwaliteit niet naar beneden haalt.

  14. Danny D Zegt:

    Deze test en het resultaat is natuurlijk een schouderklopje voor iedere leerkracht in België.

    Maar bewijst deze test dan ook niet enkel dat de Belgische jongeren enkel kennen wat ze persé moeten kennen.
    Hoeveel scholen bieden extra wiskunde lessen aan voor leerlingen die daar een bijzondere aanleg voor hebben. Laat staan voor chemie, fysica of biologie. Er wordt enkel aandacht besteed aan leerlingen die achterop geraken in vergelijking met de rest van de klas. Wat natuurlijk ook wel nodig is. Maar wat als je een leerling tegenkomt die erg goed is in bv wiskunde. Die wordt totaal niet gestimuleerd. En krijgt ook geen kansen om zijn hersenen te prikkelen. Laat staan dat er in de klassen enige participatie word gevraagd van de leerlingen, dat de leerlingen gestimuleerd worden tot nadenken, discussie en begrijpend lezen.

    Of was dit enkel zo in mijn school?

  15. Luc Demeulemeester Zegt:

    Het bericht is propaganda van het zuiverste water.

    De waarheid : de prestaties van ‘de vlaamse jongere’ boert achteruit. Maar dat geeft niet zo’n goede titel van een artikel.

    Is dat de schuld van de leerkracht ? Neen.

    Het betekent wel dat onze studenten terrein verliezen op buitenlandse studenten.

    De vraag moet gesteld worden : waarom doen anderen het beter ?

    Die vraag wordt nu niet gesteld want ‘Vlaamse jongeren scoren erg goed in PISA-studie’ …

    Slaap maar verder … de wereld daarbuiten is wakker en we verliezen terrein.

  16. Mia Verhelst Zegt:

    Goede prestaties eerste graad s.o. een gevolg van de gedifferentieerde structuur.
    Hoog tijd om de burgerzin te stimuleren door het volk, de burger echte inspraak in o.a. onderwijs toe te kennen !
    Natuurlijk !

    Ik gaf 34 jaar les in het basisonderwijs. We hoorden niets anders dan dat we dienden te differentiëren in onze klas.
    Ik ben ook remedial teacher geweest, en ook daar werd er gedifferentieerd… en dat die kinderen vooruitgang maakten ! Soms haalde een kind een resultaat hoger dan het gemiddelde van de klas.. Nog nooit gehoord op het Ministerie dat een aangepast handelingsplan zoveel efficiënter werkt ?
    In niveaus verdelen, differentiëren.. in elk mogelijk vak. Ik hield het op twee groepen, vaak, wat op zich een hele klus is als je dit een heel jaar wil doortrekken voor een bepaald leerstofgeheel. Maar het werkt ! De leerlingen voelden er zich goed bij, op een aangepast tempo en op een aangepast niveau leerstof te mogen verwerven. En ja, ook als leerkracht geeft het voldoening haalbare doelen te kunnen stellen, en de doelgroep vorderingen te zien maken. Een win-win situatie voor iedereen ! Ik ben dus voorstander van een gedifferentieerde structuur in het secundair onderwijs.
    Japan is de uitvinder van het overleg op de werkvloer. Wanneer gaat het Ministerie van Onderwijs eens het Japanse voorbeeld navolgen wat betreft de kwaliteitsbewaking en organisatie van het onderwijs ?
    De ‘uitvoerders-leerkrachten’ niet langer als leeghoofden-robotten te behandelen, maar hen terug te erkennen als de professionals die ze ook al waren in het begin van de 20ste eeuw , mensen die aan de wieg stonden van uitzonderlijk sterk Vlaams onderwijs ?

    Ik gaf 20 jaar les in de tweede graad, en daarna nog vaak aan een vierde klas. Steeds opnieuw heb ik ervaren dat rond Kerstmis er in het vierde jaar een duidelijke kloof ontstond. Er was steeds opnieuw een groep leerlingen voor wie het niveau van het vierde te zwaar werd, zowel wat taal als wat wiskunde betrof. Een groep leerlingen die bleef steken op het denkniveau van een derde leerjaar. Ik wil die groep niet dom noemen. Dat zijn jongeren die ’schildpadden zijn’… die een langere ontwikkeling doormaken..of jongeren die geen zittend gat hebben, die wilen WERKEN iets met hun handen doen ! Wiens intellectuele ontwikkeling vast nog niet aan zijn plafond zit, maar die via andere wegen, die via handelen en techniek nog zullen ontwikkelen. Voortdurend worden wij als leerkrachten om de oren geslagen met uitspraken als.. ‘ Eerst het welbevinden van de leerling.. een leerling moet in de eerste plaats gelukkig zijn ‘
    WEL GEACHTE KABINETARDS.. ontwikkelaars van die eenheidsworst eerste graad secundair… Zetten jullie maar eens een bevraging op van alle ouders,alle leerkrachten, zowel basisonderwijs als secundair.. Differentiatie of niet in derde graad lager onderwijs, in eerste graad secundair onderwijs !
    Wedden dat ze op dezelfde mening uitkomen als ik ? Mijn mening heb ik opgebouwd vanuit een medeleven, medelijden met die groep die het in de tweede helft van het vierde moeilijk kreeg met zowel het niveau, de aard van de leerstof als het tempo.. Een groep wiens belangstelling naar andere leergebieden uitging. TERECHT ! Die leerlingen hebben GELIJK !
    Het wordt tijd dat ook het ministerie eens luistert naar de verzuchtingen van ouders en leerlingen !
    Geef ze leeractiviteiten die bij het praktische leven aansluiten. Het zijn kinderen en jongeren die iets om handen willen, die iets willen realiseren ! Die geen zittend gat hebben. Die actie willen !
    Het is quatsch te beweren dat kinderen op die leeftijd in het vierde basisonderwijs geen grammatica aankunnen. De betere groep kan dat best aan en vindt het zelfs erg interessant en leerrijk ! Maar die andere groep… wil met de handen werken ! Wil iets realiseren ! Willen bewegen.
    Zie ook de wetenschap die zegt dat de prefrontale cortex zich beter gaat ontwikkelen via het gebruik van de handen…cfr. ook de evolutie van de menselijke ontwikkeling van verzamelaar tot…
    VANAF HET VIJFDE LEERJAAR BASISONDERWIJS ZOU ER AL MOGEN EEN DIFFERENTIIATIE WORDEN DOORGEVOERD ! Meer handenarbeid en voor deze groep de mogelijkheid openhouden om op latere leeftijd als ze een grotere rijpheid qua logische denken bereikten, kansen te geven nog kennis te verwerven, waarvoor ze eerder geen belangstelling hadden of nog onvoldoende rijpheid bezaten . Waar zijn al die mooie ideeën van levenslang leren gebleven ? Wedden dat er bij de opstelling van de vernieuwing geen rekening werd gehouden met de laatste bevindingen op vlak van ontwikkeling van intelligentie bij het opgroeien van de mens ?
    In dit kader zou het voor de beide groepen die ik in het vierde iedere keer opnieuw onderkende, EEN MARTELING worden samen in eenzelfde eenheidsworst in de eerste graad te worden gedraaid… ! Ik had medelijden met die kinderen. Ik wist dat ze het vanaf dan het zwaar zouden hebben voor de rest van de tijd die ze op de basisschool zouden doorbrengen. Ik had nog vaak contact met hun ouders en die zegden me nadien vaak dat het voor hun kind een verlossing was geweest van de basisschool te mogen overstappen naar het beroepsonderwijs of naar het technisch onderwijs. Dat ze zich daar eindelijk vrij voelden te mogen zijn wie ze zijn, zich niet langer de mindere te moeten voelen, tegenover de sterke abstracte denkers ! Wie talenten heeft voor techniek, moet die ten volle kunnen ontplooien, en dit kan enkel in een gedifferentieerde structuur. Wie vooral eerder sterk is in taal en wiskunde moet zich ook ten volle kunnen ontplooien, in een sterk aso.
    Hoe vaak heb ik ouders niet met blijdschap en vreugde horen zeggen dat hun kind zich nu in het beroepsonderwijs of in het technisch onderwijs eindelijk goed in zijn vel voelde. Dat ze nu eindelijk een kind hadden dat graag naar school vertrok en tevreden thuis kwam. Dat met plezier aan zijn leertaken begon.
    En dan wil ik nog eens verwijzen naar het essay ‘Pleidooi voor populisme’ van David Van Reybrouck.
    blz. 26 : 81 % van de parlementaire zetels in België vandaag is in handen van een universitaire toplaag die slechts 8 % van de samenleving uitmaakt.

    Mijn conclusie : 92 % van de bevolking, waaronder zelfs alle regenten, onderwijzers en niet-universitair opgeleiden, wordt vertegenwoordigd door één vijfde van de parlementairen ?
    De kabinetsmedewerkers die de vernieuwing van het s.o. voorbereidden.. allemaal tot die toplaag van 8 % behorend ?

    Met alle respect voor de kabinetsmedewerkers en hun inzet, hun vier jaar universiteit geeft hen geen legitimiteit om een vernieuwing onderwijs op te stellen in naam van 92 % van de bevolking die geen universitair diploma heeft !

    Ik geloof absoluut in gedifferentieerd onderwijs, in het behoud van de huidige structuren. Een jongere kan zich erg goed in zijn vel voelen in het beroepsonderwijs en tegelijk ook op zijn niveau culturele en intellectuele ontwikkeling nog worden aangeboden.

    BURGERZIN begint bij INSPRAAK geven.
    Het ‘gepeupel’ ik hoor daar ook bij toch ? want mijn mening wordt niet gevraagd ! … moet een platform, een podium krijgen om zijn stem te laten horen.
    Waar blijft de brede maatschappelijke ondervraging ? Via een enquête door vakbonden opgezet ? Via een enquête door ouderverenigingen bij ouders en leerlingen in het beroepsonderwijs, van het technisch onderwijs, van het algemeen secundair onderwijs ? Via enquêtes in scholen ? De gewone man in de straat is niet dom ! HIj mag wel opdraven in de journaals, waarom dan niet bij het opstellen van eventuele vernieuwingen ?

    Hoeveel mensen en kapitaal gaat er niet naar het tijdschrijft KLASSE ?
    Mijnheer de Minister,
    schaf eens Klasse af voor een jaartje, en stuur de medewerkers de straat op… als enquêteurs…

    Ik pleit voor KWALITEIT in onderwijs, ook kwaliteit in beroepsonderwijs ! Doelgericht en efficiënt, met zinvolle, haalbare doelen waar zowel leerlingen als leerkrachten zich goed bij voelen, omdat ze hun leren en arbeid als betekenisvol en zinvol en haalbaar mogen ervaren.

    Als afsluiter nog een zin van blz. 55 uit ‘Pleidooi voor populisme’.., omdat die me geweldig aanspreekt.
    Omdat ik er totaal achter sta, omdat ik zelf een hekel had aan de sfeer die de laatste jaren in het onderwijs was ontstaan :als het maar leuk was, als het er maar gezellig aan toe ging.. ! In een nagesprek met mijn klas, 8 en 9-jarigen vonden ze het vrijblijvende en oppervlakkige feestgedoe op een themanamiddag nav een project , het leeghangen vaak ook maar niks !

    Hier de zin uit David Van Reybroucks essay :

    Wie de burgerzin tot koopkracht herleidt en de schooltijd tot gezelligheid, weet wat hij kan krijgen : patjepeeërs !

Plaats een antwoord op het bericht